Vreemde talen leren zonder ranglijsten en competitie
Wie tegenwoordig een taal wil leren, komt vrijwel onvermijdelijk ranglijsten tegen. Wie heeft deze week de meeste punten verzameld, wie staat helemaal bovenaan de topscorelijst, wie houdt de langste reeks ononderbroken leerdagen vol. Het principe klinkt op het eerste gezicht logisch: een beetje competitie, een beetje aansporing, dat kan toch geen kwaad. Alleen klopt dat bij het talen leren in de zeldzaamste gevallen.
De afgelopen jaren heb ik met veel mensen gesproken die een nieuwe taal wilden leren, voor hun werk, om familieredenen of uit pure nieuwsgierigheid. Bijna niemand heeft me verteld dat een ranglijst hem of haar blijvend heeft gemotiveerd. Velen vertellen juist het tegenovergestelde: over het moment waarop ze zich realiseerden dat ze het opnamen tegen mensen wier uitgangspositie totaal anders was dan hun eigen.
Verschillende startpunten, één gemeenschappelijke maatstaf
Een ranglijst doet alsof alle lerenden gelijk zijn. Dat zijn ze niet. Iemand die Spaans spreekt en Italiaans leert, heeft een enorm voordeel ten opzichte van iemand die vanuit het Duits komt en voor het eerst met een Romaanse taal te maken krijgt. Hetzelfde geldt voor tijd: een studente met drie vrije uren in de middag verzamelt onvermijdelijk meer punten dan een vader die zijn Engels oefent in de vijftien minuten treinreis naar zijn werk. Beiden leren serieus. Alleen toont de ranglijst uiteindelijk slechts een getal, geen inspanning, geen omstandigheden, geen voorkennis.
Ook de moedertaal speelt een rol die zelden wordt meegewogen. Wie al twee of drie talen spreekt, heeft geleerd hoe je leert: welke ezelsbruggetjes werken, hoe je grammaticapatronen herkent, hoe je met onzekerheid omgaat. Wie voor het eerst een vreemde taal leert, moet deze vaardigheden nog ontwikkelen, parallel aan het eigenlijke talen leren. Een vergelijking tussen beiden zegt weinig over vooruitgang en veel over het toeval van iemands levensloop.
Wanneer vergelijken tot frustratie leidt in plaats van aansporing
In de praktijk leidt dat tot een effect dat je ook uit andere gebieden kent: wie merkt dat hij de topscorelijst toch nooit zal bereiken, verliest niet zijn ambitie, maar zijn plezier. Sommigen stoppen helemaal met leren, omdat het gevoel ontstaat dat het toch niet loont. Anderen beginnen het systeem te bespelen in plaats van de taal te leren: snel op eenvoudige oefeningen klikken om punten te verzamelen, in plaats van zich te wagen aan een tekst die echt uitdaagt.
Ik heb zelf jarenlang talen geleerd en ken dit gevoel goed: de korte adrenalinestoot wanneer je een plaats goedmaakt, gevolgd door de ontnuchtering wanneer je de volgende dag weer terugvalt omdat iemand anders meer tijd had. Dat heeft niets meer met de taal zelf te maken. Het heeft te maken met een spel dat je niet kunt winnen, omdat de regels van meet af aan ongelijk verdeeld zijn. Wie bij deze op- en neergang snel overprikkeld raakt, doet er sowieso goed aan op andere criteria te letten, bijvoorbeeld bij de keuze van een taalleer-app.
Wat écht houvast biedt: de vergelijking met jezelf
De motivatie die maanden en jaren standhoudt, komt uit een andere richting. Ze ontstaat wanneer je jezelf met jezelf vergelijkt: hoe klonk mijn Frans zes maanden geleden, hoe klinkt het vandaag. Begrijp ik nu een podcast waarvoor ik een jaar geleden nog ondertiteling nodig had.
Nog sterker werkt het gevoel van echt communicatievermogen. Het moment waarop je in Lissabon spontaan de weg vraagt en het antwoord daadwerkelijk begrijpt. Het moment waarop een grap in het Engels voor het eerst echt grappig is, omdat je hem begrijpt zonder omweg via je moedertaal. Zulke ervaringen zijn niet in punten te meten, maar ze blijven, terwijl een plaats op de topscorelijst morgen alweer geschiedenis is.
Daarbij komen kleine, persoonlijke mijlpalen: de eerste volledige e-mail in het Italiaans, het eerste telefoongesprek in het Engels zonder voorbereiding, het eerste boek dat je helemaal in het Spaans uitleest. Zulke momenten ontstaan uit je eigen tempo en eigen routines, niet uit een wedloop tegen onbekenden.
Talen leren is geen wedstrijd. Het is een persoonlijke weg die een eigen maatstaf verdient.
Waarom Norimo bewust afziet van ranglijsten
Om precies deze redenen hebben we bij Norimo besloten geen ranglijsten te gebruiken. Niet omdat competitie op zich verkeerd zou zijn, maar omdat ze bij het talen leren de verkeerde prikkels geeft. Wij willen dat mensen hun eigen vooruitgang kunnen zien en hun eigen verhaal met een taal kunnen vertellen, ongeacht hoeveel tijd iemand anders investeert of welke talen diegene al spreekt. Talen leren is geen wedstrijd. Het is een persoonlijke weg, en die verdient een maatstaf die precies bij die ene persoon past.
Zin om meteen te beginnen?
Leer talen met dialogen, audio en herhaling, in je eigen tempo.